China is ‘hot’ in Nederland. We gaan met z’n allen massaal op Chinese taalles, tentoonstellingen over China lopen storm en vol ontzag spreken we over het Chinese economische wonder; wat een gigantische afzetmarkt is dat voor onze producten! Wat een enorme kansen liggen er dáár voor ons.
Alleen de gedachte dat het Chinese power house ook ónze kant op kan komen, maakt menig Nederlander wat nerveus. Negatieve sentimenten krijgen dan vaak de overhand: Ze kopen alles op! Ze schenden mensenrechten! Het is oneerlijk met al die staatssteun!
De mogelijke overname van het Nederlandse Draka door het Chinese Xinmao is daarvan een prachtig voorbeeld. We haalden toch even opgelucht adem toen er een Italiaan in stapte in plaats van die onbekende (en dus onbeminde) Chinezen. De internationale aandeelhouders die het Chinese economische potentieel vooropstelden, dachten daar echter heel anders over: het aandeel kelderde meteen fors.
De Draka-case toont wederom dat Chinese bedrijven op reputatiegebied nog een wereld te winnen hebben in Nederland. Met vele negatieve ‘onderbuikgevoelens’, veelal gedreven door angst, zijn Nederlanders niet zo snel overtuigd van hun goede bedoelingen.
Deels ligt dat in onze Westerse trots: accepteren dat onze jarenlange hegemonie ten einde loopt is niet eenvoudig – je vastklampen aan en verdedigen wat je nog hebt is dan ook een natuurlijke reactie.
Een andere kant van het verhaal is dat Chinese bedrijven duidelijk met een imagoprobleem kampen, vaak door gebrek aan communicatie. Openheid en transparantie is niet iets wat ze van ‘huis uit’ hebben meegekregen. In het Chinese systeem van “mooi-weer journalistiek” en waar de juiste mensen kennen (guanxi) je succes maakt of kraakt, is het niet altijd noodzakelijk de burger openheid van zaken te geven.
Ik kan me dan ook voorstellen dat het even wennen is voor Chinese ondernemers wanneer ineens kritische Nederlandse journalisten op de stoep staan die van alles willen weten. Om over de mondigheid van het Nederlandse maatschappelijk middenveld nog maar te zwijgen.
Mijn advies: laten we eens een goede dialoog starten tussen Nederlanders en Chinese ondernemers. Een open kennismaking om elkaars motieven beter te begrijpen. Misschien blijken de Chinezen dan wel veel minder eng te zijn dan wij soms denken.